By lot On

In Geen onderdeel van een categorie

Vlug neem ik de laatste happen van mijn havermout.

Ik kijk op de klok en schrik. Mijn trein gaat over twintig minuten. En ik mag ‘m niet missen, want een vriendin wacht op me. Ik moet nog naar de receptie. Een treinkaartje kopen. Ik poets snel mijn tanden en haast mij naar de receptie. Al snel sta ik weer buiten en loop naar het station aan de overkant van de straat. Op naar het Picasso museum in Malaga.

Koud.

Even snel een jack uit de auto pakken. Gelukkig staat ‘ie voor het hotel geparkeerd. Ik loop naar de auto en stop.

Waar is mijn fiets?

Ik begin een beetje onhandig te lachen.

Had ik ‘m binnen gezet? Nee. Dat kan niet in het hotel.

De fietsendrager is ook weg.

Ik loop om de auto en zie één grote chaos. Kapotte boeken, door elkaar gegooide kleren en schitteringen. Haastig loop ik naar de andere kant van de auto. Waar sta ik op? Ik kijk naar beneden en sta met mijn voeten in de scherven. Dit kan niet waar zijn.

Focus.

Ik bel mijn steun en toeverlaat (lees: vader) en weet wat ik moet doen. Aangifte. Ik stap samen met mijn vriendin in de eerstvolgende trein. Niet met de eindbestemming Picasso museum, maar het politiebureau in Benalmadena.

Het Picasso museum kunnen we wel vergeten, zegt mijn vriendin. Als we vervolgens arriveren bij het politiebureau, snap ik waarom.

De vertaler is er nog niet. Momentje, even een sigaretje roken. Parkeer je auto daar maar. Nee, toch daar. Kun je deze ook nog even invullen? Sorry gesloten, siesta.

Ik weet het.

Ik weet het. Ik weet het. Ik weet het. Het was mijn fout. Ik had mijn spullen in de auto laten liggen. Dus draag ik ook de gevolgen. Vooral ook de mentale. Want langzaam maar zeker dringt er namelijk door wat er gebeurt is.

Je hebt niet alleen mijn ruit ingeslagen, beste dief.

Je hebt mijn camera. Mijn lens. Mijn GoPro. Mijn speaker. Mijn fiets.

Nu ben ik vrij makkelijk met spullen. Het is maar materie. Maar nu ben ik woest. Waarom? Je hebt niet mijn camera gestolen, maar mijn gereedschap. Niet mijn speaker, maar mijn muziek. Niet mijn fiets, maar mijn vrijheid. Niet mijn harde schijf, maar de foto’s van mijn overleden opa.

Alles lag overhoop. Je hebt gegooid met mijn spullen. Mijn boeken zijn stuk. Alles zit onder het glas. Mijn auto was het enige van ‘mij’. Mijn huisje op vier wielen en jij maakte het stuk. In één nacht.

Niet alleen stal je mijn spullen. Ook mijn onbezorgdheid is geroofd. Ik voel mij niet meer zo veilig als eerst. Toen ik gisteren ergens wat moest eten en door een donker steekje liep, floot ik niet meer. Ik keek over mijn schouder.

Ik heb er eens over nagedacht.

Je moest blijkbaar geld hebben. Misschien had je geen baan. Had je last van de crisis. Je steelt niet zomaar.
Was naar mij toegekomen. Met mij in gesprek gegaan. Als je dan echt zo nodig een camera wilde, had ik er zelfs misschien één voor je gekocht.

Maar dit zijn maar gedachten spinsels. Naïeve blijkbaar. De werkelijkheid is dat je niets vroeg. Je nam gewoon. Ongevraagd. En ik deel graag, maar niet zo.

Weet je? Mensen zoals jij intrigeren me. Niet vanuit vernedering of ongelijkheid. Maar vanuit een verlangen. De werkeloosheid is hier groot en het uitzicht klein. In September vertrok ik naar Spanje met een droom: mijn kennis delen met mensen zonder toekomst. Misschien wel jij.
Weet je wat nu het gevolg is? Je hebt me stil gelegd. Ik ben nu een timmerman zonder zaag. Een kok zonder keuken. Een voetballer zonder schoenen. Hoe kan ik mensen zoals jij in beeld brengen? Ik ben een verhalenverteller zonder camera. Gerard Joling zou zeggen: om te gieren.

Je hebt me stil gelegd.

En misschien ook wel jezelf. Ik zou willen dat je dat beseft.